“Soetendaele” Abt Lambertus, van de abdij Sint Petrus en Paulus uit Waasten, werd in oktober 1215 benoemd door Gravin Johanna I van Constantinopel (°1194 - † 1244), Gravin van Vlaanderen en Henegouwen (periode 1205 - 1244), tot de eerste abt van de nieuwe Augustijnerabdij “Soetendaele”, gelegen op de grens van de gemeenten Maldegem, Moerkerke en Middelburg. Op 8 september 1215 werd er door Wilgelmus, proost van Sint Donaas Brugge en kanselier van Vlaanderen, een akte opgesteld en hierin stond vermeld dat Beatrice de Polà en haar zoon Johannes van Mesen, een domein schonken aan Abt Lambertus. Dit om een Augustijnerabdij op te richten, de eerste brouwende abdij van het Meetjesland. De abdij van Waasten had binnen de heerlijkheid Cruyseecke percelen gronden en bossen, mogelijk was dit ook zo voor Beatrice de Polàen en haar zoon Johanes, leden van de adellijke familie van Poele en werden hun eigendommen “Soetendaele” genaamd. De oudste teruggevonden registers van grondeigenaars, binnen de heerlijkheid Cruyseecke dateren van 1722 en 1749. Daarin worden de percelen grond vermeld als “Soetendaele”, eigendom van het echtpaar Petrus de Sumont-Marie Wacremier, uit Rijsel, linnenhandelaar. Reeds op 1 oktober 1717 kocht Petrus de Sumont de hoeve “Blauwe Poorte”, nu “Cruyseecke”, en bijhorende gronden en tien jaar later de herbergen “Cleen Cruyseecke” en “’t Groot Cruyseecke” met gronden, gelegen aan het gehucht “d’Oude Cruyseecke”. De hoeve en herbergen vormden zo in het begin van de huidige Doornkapellestraat één blok. De percelen “Soetendaele” waren toen gesitueerd tussen de Doornkapellestraat en de huidige Nieuwe Zoetendalestraat. heden ten dage is er nog altijd tussen deze beide wegen een glooiing in het groene landschap te zien. Soetendaele: Soet - Zoet = Zacht, lichte glooiing, een aangename gewaarwording voor het gevoel. Dal - Daele = Laagte tussen glooiingen, heuvels,… Raoul Masschelein, 21 maart 2016

Voor meer info of om een reservatie aan te vragen:

+32 473 41 84 21, of zend ons een e-mail: joke.vandenbussche@telenet.be

“Soetendaele” Abt Lambertus, van de abdij Sint Petrus en Paulus uit Waasten, werd in oktober 1215 benoemd door Gravin Johanna I van Constantinopel (°1194 - † 1244), Gravin van Vlaanderen en Henegouwen (periode 1205 - 1244), tot de eerste abt van de nieuwe Augustijnerabdij “Soetendaele”, gelegen op de grens van de gemeenten Maldegem, Moerkerke en Middelburg. Op 8 september 1215 werd er door Wilgelmus, proost van Sint Donaas Brugge en kanselier van Vlaanderen, een akte opgesteld en hierin stond vermeld dat Beatrice de Polà en haar zoon Johannes van Mesen, een domein schonken aan Abt Lambertus. Dit om een Augustijnerabdij op te richten, de eerste brouwende abdij van het Meetjesland. De abdij van Waasten had binnen de heerlijkheid Cruyseecke percelen gronden en bossen, mogelijk was dit ook zo voor Beatrice de Polàen en haar zoon Johanes, leden van de adellijke familie van Poele en werden hun eigendommen “Soetendaele” genaamd. De oudste teruggevonden registers van grondeigenaars, binnen de heerlijkheid Cruyseecke dateren van 1722 en 1749. Daarin worden de percelen grond vermeld als “Soetendaele”, eigendom van het echtpaar Petrus de Sumont-Marie Wacremier, uit Rijsel, linnenhandelaar. Reeds op 1 oktober 1717 kocht Petrus de Sumont de hoeve “Blauwe Poorte”, nu “Cruyseecke”, en bijhorende gronden en tien jaar later de herbergen “Cleen Cruyseecke” en “’t Groot Cruyseecke” met gronden, gelegen aan het gehucht “d’Oude Cruyseecke”. De hoeve en herbergen vormden zo in het begin van de huidige Doornkapellestraat één blok. De percelen “Soetendaele” waren toen gesitueerd tussen de Doornkapellestraat en de huidige Nieuwe Zoetendalestraat. heden ten dage is er nog altijd tussen deze beide wegen een glooiing in het groene landschap te zien. Soetendaele: Soet - Zoet = Zacht, lichte glooiing, een aangename gewaarwording voor het gevoel. Dal - Daele = Laagte tussen glooiingen, heuvels,… Raoul Masschelein, 21 maart 2016